Prinsjesdag 2019, wat verandert er voor jou?

Prinsjesdag 2019, wat verandert er voor jou?

Prinsjesdag 2019 ligt weer achter ons. Onze koning, dit keer met een koninklijke baard, hield de traditionele troonrede. Daarin klonk door dat in 2020 iedereen meer te besteden moet krijgen. Maar ga jij ook echt merken dat je meer overhoudt per maand?

Zoals de koning in de troonrede al aangaf gaat het om gemiddelden en kan dit voor iedereen anders uitpakken. Een mooi citaat uit de troonrede:

“Vaak voeren we discussies aan de hand van cijfers. Maar de levens van ruim 17 miljoen individuele Nederlanders passen niet in een mal. Mensen volgen een opleiding, veranderen van baan, starten een onderneming, kopen een huis, gaan relaties aan, krijgen kinderen, of worden getroffen door ziekte of verlies van een dierbare. Het zijn dit soort keuzes en gebeurtenissen die grote impact hebben. Veel groter dan een koopkrachtcijfer, een macro-economisch groeipercentage of een belastingmaatregel. Geen enkel leven voegt zich naar de mediaan van een statistisch model.”

Wij hebben de meest opvallende zaken in onderstaand overzicht voor je in kaart gebracht. Houd er rekening mee dat het plannen zijn, die in de komende maanden nog door de Tweede – en Eerste kamer moeten worden goedgekeurd. Daarnaast geldt dat maatregelen die nu gepland zijn voor verdere jaren dan 2020 met een volgende Prinsjesdag weer anders kunnen worden. Voorbeelden hiervan zul je hieronder nog aantreffen.

Koopkracht

Ieder jaar wordt de term koopkracht weer gebruikt. Maar wat houdt de koopkracht nu precies in? Dit is een optelsom van de volgende veranderingen:

  1. De te verwachte indexering van inkomens. Het gaat hierbij niet om loonsverhoging omdat je zo goed je werkt hebt gedaan, maar om de indexering van het inkomen die voor iedereen uit een bepaalde branche geldt.
  2. De te verwachte prijsstijgingen. Denk aan prijsverhogingen van boodschappen, kleding, benzine, huur, etc.
  3. Wijziging in wet- en regelgeving. Bijvoorbeeld de verlaging van belastingtarieven over je inkomen of verhoging van energiebelasting

De koopkracht stijgt naar verwachting gemiddeld met 2,1%. Uitgaande van een gemiddeld inkomen scheelt dit € 44 per maand. Voor gepensioneerden is de verwachting dat de verhoging het minst is. Voor hen wordt een stijging van 1,1 % verwacht. De hoogste stijging zit bij gezinnen met kinderen met een inkomen tussen de € 56.190 en € 81.444 bruto per jaar.

Inkomstenbelasting

Verreweg de grootste verbetering van de koopkracht, althans het deel waar de regering invloed op kan uitoefenen, wordt bereikt door een verlaging van de tarieven van de belasting over je inkomen en de verhoging van de heffingskortingen.

Aanpassing tarieven inkomstenbelasting
De belasting die je betaalt over je inkomen gaat voor de meesten omlaag. Veel mensen betalen nu over het grootste deel van hun inkomen 38,1 %. Volgend jaar wordt dat verlaagd naar 37,35 %. Voor iedereen die een inkomen heeft boven de € 20.385 bruto per jaar betekent dit een substantieel voordeel. De komende jaren wordt dit zelfs nog beter. De bedoeling is dat in 2021 dit belastingtarief verder wordt verlaagd naar 37,1 %. Voor een inkomen boven de € 68.507 gaat het tarief van 51,75 % naar 49,5 %. Voor mensen met een laag inkomen gaat de belasting omhoog. Tot een inkomen van € 20.385 bruto per jaar is het belastingtarief nu nog 36,65 %. Dit wordt verhoogd naar € 37,35 %.

Voor AOW-gerechtigden wordt de belasting ook met dezelfde percentages aangepast. De extra lage tariefschijf met een belasting van 19,45% voor een inkomen tot € 34.712 blijft bestaan. Van € 33.994 tot € 68.507 betalen zij dan ook 37,35% en daarboven ook 49,5%.

Verhoging heffingskortingen
Over het eerste deel van je inkomen hoef je in Nederland geen belasting te betalen. Dit komt door de zogenoemde heffingskortingen. De algemene heffingskorting is voor iedereen met een inkomen tot € 68.507. Deze stijgt in 2020 en 2021 met € 80. Dit belastingvoordeel is juist voor mensen met een laag inkomen positief. Dat compenseert de hierboven genoemde wijziging op de belasting over het inkomen dat voor mensen met een hoger inkomen juist extra voordeel geeft.

De arbeidskorting is een heffingskorting die bovenop de algemene heffingskorting komt voor werkenden. Deze stijgt met € 285 verdeelt over 2020, 2021 en 2022.

Voor iedereen met een inkomen tussen globaal € 20.000 en globaal € 65.000 betekent dit dat je nettosalaris hoger wordt bij een gelijkblijvend salaris. Wil je alvast een indicatie wat dit voor jouw salaris betekent? Dat kun je hier bekijken. Pak je salarisstrookje erbij en vul de gegevens in. Je krijgt dan direct een indicatie te zien wat dit voor jou betekent.

Beperking aftrek
De afbouw van hypotheekrenteaftrek voor inkomens in de hoogste belastingschijf (als je meer verdient dan € 68.507 per jaar) gaat onverminderd door. Vanaf 2020 mag je de hypotheekrente nog aftrekken tegen maximaal 46%. Dit wordt ieder jaar met 3% verlaagd tot en met 2023. Dan bedraagt de maximale aftrek nog ca. 37%.

Ditzelfde afbouwtraject geldt ook voor andere aftrekposten zoals de aftrek voor giften, alimentatie, de uitgaven voor zorgkosten, de weekenduitgaven voor gehandicapten, de scholingsuitgaven, de uitgaven voor monumentenpanden, het restant persoonsgebonden aftrek van voorgaande jaren en de ondernemersaftrek.

Dit betekent dat je uitgaven uiteindelijk nog maar kunt aftrekken tegen 37 % belastingvoordeel. Dit is alleen nadelig als je meer dan € 68.507 per jaar verdient.

Belastingverlaging over spaar- en beleggingsgelden

In 2020 blijft de wijze van belasting dat betaalt moet worden over spaar- en beleggingsgelden ongewijzigd. Wel worden de tarieven lager. Afhankelijk van de hoogte van je vermogen scheelt dit tussen de 0,04 en 0,08 % van je vermogen. Daarnaast stijgt het deel waarover je geen belasting hoeft te betalen van € 30.360 naar € 30.846 per persoon.

Met ingang van 2022 is het voorstel dat het systeem echter flink wordt aangepast. Het huidige heffingsvrije vermogen wordt vervangen door een drempel. Blijft je vermogen daaronder, dan heb je niet te maken met belastingen. Daarboven wel en dan ook meteen over je volledige vermogen! Deze verslechtering wordt gecompenseerd doordat de eerste € 400 aan belasting over je vermogen niet betaald hoeft te worden.

Ongewijzigd blijft het feit dat er wordt uitgegaan van dat je een bepaald rendement hebt ontvangen, ongeacht wat je daadwerkelijk hebt ontvangen aan rendement. Op de hoogte van de uitgangspunten komen grote verschillen. Voor spaargeld wordt het rendement bepaald op 0,09%, voor beleggingen op 5,33%. Hiermee wordt het voordeliger voor mensen met spaargeld. Voor iemand met alleen spaargeld en met een rentestand van 0,09 % betekenen deze wijzigingen dat je tot ruim € 440.000 geen belasting hierover hoeft te betalen. Voor mensen met beleggingen wordt deze verandering nadeliger. Met name voor mensen die geld hebben geleend om ermee te beleggen. Denk bijvoorbeeld aan een belegging van iemand die een woning heeft gekocht, en daar een hypothecaire lening voor heeft afgesloten, om te verhuren.

Heb je wel geld belegd, bijvoorbeeld in de Gabriël Duurzame Beleggingsstrategie of heb je een tweede woning, dan kan het zijn dat je straks meer belasting moet betalen. Hoeveel dit verschil gaat zijn hangt erg af van jouw totale financiële situatie.

Dit voorstel van wijziging van het vermogen vanaf 2022 is twee weken terug al aangekondigd. Hier is behoorlijk wat commentaar op gekomen. Het is daarom sterk de vraag of dit op deze manier doorgaat. Vanuit Gabriël staan wij ook niet achter dit voorstel. Naar ons idee zou het veel beter zijn om de belasting over het vermogen te koppelen aan het daadwerkelijk ontvangen rendement.

Woningmarkt en hypotheken

Verlaging Eigenwoningforfait
De hypotheekrenteaftrek is een voordeel dat je als eigenaar van een woning hebt. Een nadeel is echter dat je ook extra belasting moet betalen, namelijk het zogenoemde eigenwoningforfait. De hoogte van deze te betalen belasting is een percentage van de WOZ-waarde. Vandaar dat ook vaak wordt gezegd dat het gunstig is als je woning een lage WOZ-waarde heeft. Het percentage aan belasting dat betaalt moet worden voor woningen met een WOZ-waarde tussen de € 75.000 en € 1.060.000 wordt in 2020 verlaagd van 0,65% naar 0,6%. Wel zal naar verwachting de hoogte van de WOZ-waarde gaan stijgen vanwege de stijgende huizenprijzen. Het is daarom maar de vraag of je van deze verbetering uiteindelijk echt iets gaat merken.

Verhoging NHG-grens
Als je een woning koopt tot een bedrag van € 290.000 dan kun je meestal in aanmerking komen voor Nationale Hypotheek Garantie, afgekort NHG. Dit is een garantie voor de situatie dat je de woning ooit met verlies moet verkopen. In dat geval ben je het verliesbedrag dan niet aan de bank verschuldigd bent, maar aan de partij die NHG verzorgt. In bepaalde gevallen wordt dit bedrag dan ook kwijtgescholden. Naast de waarde van deze garantie is een groot voordeel dat je hierdoor een lagere rente voor je hypotheek kunt krijgen. Dat komt omdat de bank die de hypotheek verstrekt minder risico loopt. Vanaf 2020 wordt het tot een hoger bedrag mogelijk om NHG te krijgen. De verwachting is dat het mogelijk wordt tot aan een bedrag van circa € 307.000.

Verbetering positie starters op woningmarkt voor kopers
Het kabinet denkt na over mogelijkheden om het starters makkelijker te maken een huis te kopen. Het gaat met name over mogelijkheden die starters een betere positie geven ten opzichte van beleggers die huizen kopen om te verhuren. Met name in de grote steden is dit een groot probleem

De volgende maatregelen worden onderzocht:

  • Afschaffing van de overdrachtsbelasting voor starters en verhoging van de belasting voor beleggers. Starters hoeven dan minder eigen geld in te leggen bij de koop van een huis. Beleggers betalen juist meer. Het ministerie van Financiën bekijkt of deze maatregel effectief en uitvoerbaar is.
  • Zelfbewoningsplicht voor kopers van bestaande woningen. Beleggers kunnen deze huizen dan niet meer kopen voor de verhuur. Het ministerie van Binnenlandse Zaken onderzoekt samen met een paar gemeenten of deze maatregel wettelijk mogelijk is.
  • Strengere regels voor het verkrijgen van een hypotheek voor huurwoningen.
  • Zwaardere belasting van vermogen voor beleggers in woningen en een andere wijze van belasting van huurinkomsten. Over huurinkomsten hoeft nu meestal geen belasting betaald te worden.Het kabinet moet dit nog goed onderzoeken. Uiteraard moeten de belangen van zowel de huidige beleggers als de starters goed in beeld worden gehouden.

Verbetering positie starters op woningmarkt
Het kabinet wil zorgen dat er sneller meer betaalbare woningen komen voor starters en mensen met een gemiddeld inkomen. Dat doet het kabinet met investeringen van € 2 miljard en andere maatregelen:

  • € 1 miljard gaat naar het oplossen van knelpunten in de grote steden (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Eindhoven en Groningen) zodat er sneller gebouwd kan worden.
  • € 1 miljard gaat naar een verlaging van de belasting voor woningcorporaties en andere grote verhuurders. Zij krijgen deze belastingverlaging als zij nieuwe woningen laten bouwen of woningen gaan verduurzamen.
  • De inkomensgrenzen voor sociale-huurwoningen gaan veranderen. Voor meerpersoonshuishoudens gaat de grens omhoog naar € 42.000. Deze huishoudens komen dan makkelijker in aanmerking voor een sociale-huurwoning van een woningcorporatie.
  • Woningcorporaties krijgen meer ruimte voor maatwerk. Daardoor kunnen ook lage middeninkomens in aanmerking komen. Of huurders met een hoger inkomen een extra huurverhoging van € 50 tot € 100 geven.
  • Woningcorporaties die tijdelijke woningen (flexwoningen) tussen 2020 en 2024 bouwen, hoeven hierover 15 jaar lang geen belasting (verhuurderheffing) te betalen. Zo worden onder meer jongeren en studenten geholpen of mensen die om andere redenen geen woonruimte meer hebben.

Zorgkosten en zorgtoeslag

De zorgkosten stijgen nog steeds, maar zijn toch iets minder hard gestegen dan bij het begin van de huidige regeringsperiode was verwacht. Naar verwachting zal de door jou te betalen premie voor de basiszorgverzekering daarom maar met ongeveer € 3 per maand stijgen. Zorgverzekeraars bepalen zelf hoe hoog de premie exact zal worden. De regering beïnvloedt echter wel de samenstelling van het zorgpakket en bespreekt dit met verzekeraars. Hierdoor kan het kabinet wel deze prognose afgeven voor de stijging van de zorgpremie. De zorgverzekeraars moeten hun premies uiterlijk op 12 november bekend maken.

De zorgtoeslag voor mensen met lagere inkomens stijgt echter ook waardoor de verhoging van de premie voor deze groep voor een groot deel wordt gecompenseerd. De maximale bijdrage voor eenpersoonshuishoudens zal met € 67,- per jaar stijgen. De maximale inkomensaanvulling voor meerpersoonshuishoudens wordt met € 95,- per jaar verhoogd.

Het minimale verplichte eigen risico is ook volgend jaar € 385. Dat stijgt niet verder in deze kabinetsperiode is afgesproken.

Gezinnen

Specifiek voor gezinnen zijn er ook weer een aantal maatregelen genomen.

Kindgebonden budget
Het kindgebonden budget wordt verhoogd voor ouders met een gemiddeld inkomen. Dit kan oplopen tot € 990 per jaar. Ook komen meer ouders dan voorheen in aanmerking voor deze bijdrage in de kosten van kinderen tot 18 jaar. Zij ontvangen straks gemiddeld € 610 per jaar. Ontvang je al een andere toeslag zoals huurtoeslag, zorgtoeslag of kinderopvangtoeslag dan krijg je vanzelf bericht of jij hiervoor in aanmerking komt. Zo niet, dan kun je zelf een proefberekening maken via de Belastingdienst om te kijken of je hiervoor in aanmerking komt. Dat kan hier. Kom je hiervoor in aanmerking en ontvang je nu nog geen toeslag? Dan kan je deze aanvragen op www.toeslagen.nl. Alleen dan ontvang je dit.

Geboorteverlof
Sinds 1 januari 2019 krijgen partners al eenmaal het aantal werkuren per week aan geboorteverlof. Werk je bijvoorbeeld 4 dagen 8 uur per dag? Dan krijg je 32 uur verlof. De werkgever betaalt het loon tijdens dit verlof volledig door. Je kan deze verlofdagen naar eigen inzicht opnemen. Dit moet wel binnen 4 weken na de geboorte van het kind.

Per 1 juli 2020 kunnen partners daarbovenop tot maximaal 5 weken aanvullend geboorteverlof opnemen. Zij krijgen dan een uitkering ter hoogte van 70% van hun dagloon. Er geldt wel een maximum van € 3.302 per maand. Het UWV betaalt deze weken verlof uit. De verlofweken moeten binnen 6 maanden na de geboorte van het kind worden opgenomen. Voorwaarde is wel dat je eerst het normale geboorteverlof opneemt en in hele weken. Spreiden van die weken mag wel.

AOW-leeftijd minder snel omhoog

Voor de jaren 2020 en 2021 is de AOW-leeftijd gesteld op 66 jaar en 4 maanden. In 2022 op 66 jaar en 7 maanden en voor 2023 op 66 jaar en 10 maanden. In 2024 wordt de AOW-leeftijd 67 jaar. Na 2024 stijgt de AOW-leeftijd mee op basis van een nieuw vast te stellen koppeling. Momenteel is de stijging van de AOW-leeftijd 1 op 1 gekoppeld aan de stijging van de levensverwachting. Die koppeling wordt versoepeld. Eén jaar hogere levensverwachting wordt vertaald naar acht maanden langer wachten op AOW. Wil je jouw verwachte AOW-datum weten? Klik dan hier voor een indicatie op basis van de huidige verwachtingen. Vul je geboortedatum in en zie welke datum jij naar verwachting AOW zult ontvangen.

Energiebelasting weer omlaag

De energiebelasting gaat per saldo omlaag. Op gas wordt de energiebelasting met 4 cent per m3 verhoogd, maar op elektriciteit daalt deze met afgerond 1 cent per kilowattuur. De korting op de energiebelasting wordt verhoogd. Per saldo scheelt dit een huishouden met een eigen woning gemiddeld € 70 per jaar aan energiebelasting.

Vrijwilligersvergoeding

Als je als kerk of sportvereniging een vergoeding betaalt aan vrijwilligers van hooguit € 170 per maand en niet meer dan € 1.700 per kalenderjaar, is deze vergoeding onbelast. Deze maximale onbelaste vergoeding aan vrijwilligers wordt vanaf 2020 geïndexeerd maar wel afgerond op € 100 per jaar. Voor 2020 blijft de hoogte daarom ongewijzigd. Vermoedelijk zal in 2021 de vrijwilligersvergoeding stijgen naar € 1.800. Dit is met name afhankelijk van de hoogte van de inflatie in 2020.

Duur partneralimentatie ingeperkt

In geval van een echtscheiding wordt per 1 januari 2020 de duur van partneralimentatie beperkt tot de helft van de huwelijkse periode met een maximum van vijf jaar. Zijn er kinderen jonger dan 12 jaar, dan loopt de partneralimentatie door tot het jongste kind 12 jaar wordt. De achterliggende reden hiervoor is om de deelname aan de arbeidsmarkt te verhogen en minder afhankelijkheid te creëren van je ex-partner.

Uitzonderingen:

  • Voor alimentatieontvangers die binnen 10 jaar AOW gerechtigd zijn en minstens 15 jaar gehuwd waren, loopt de alimentatieplicht door tot de pensioendatum.
  • Alimentatieontvangers van 50 jaar en ouder, die tenminste 15 jaar gehuwd waren, houden de komende 7 jaar recht op maximaal 10 jaar partneralimentatie.

Wijzigingen voor ondernemers 

Verlaging zelfstandigenaftrek
Zelfstandigen hoeven over het eerste deel van hun inkomen geen belasting te betalen. Dit wordt de zelfstandigenaftrek genoemd. Dit komt bovenop de eerdergenoemde heffingskortingen. Momenteel is dit extra bedrag waar geen belasting over betaald hoeft te worden € 7.280 per jaar. Dit wordt in 9 jaar tijd in stapjes van € 250 per jaar en een laatste stap van € 280 verlaagd naar € 5.000. Omdat ook voor zelfstandigen een verhoging geldt van de algemene heffingskorting en de arbeidskorting zullen ook ondernemers erop vooruit gaan de eerste jaren.

Deze maatregel is bedoeld om schijnzelfstandigheid te voorkomen en om het grote fiscale verschil tussen mensen in loondienst en ondernemers te verkleinen.

Vennootschapsbelasting wordt minder verlaagd
Vanaf 2019 zou het tarief van de vennootschapsbelasting stapsgewijs omlaaggaan. Voor de eerste schijf (winst tot € 200.000) daalt de belasting nog wel naar 16,5% maar voor bedrijven die meer winst maken dan € 200.000 blijft het tarief staan op 25%. Volgend jaar zullen de tarieven wel verder dalen. Hieruit blijkt maar weer dat veranderingen die in meerdere jaren plaats moeten vinden regelmatig nog worden aangepast.

Werkkostenregeling aangepast
Via de werkkostenregeling (WKR) kan je als werkgever onbelaste vergoedingen aan de werknemer geven. De werkgever mag ook zaken vergoeden waar een werknemer privé voordeel van kan hebben. Denk aan gereedschap, tablets, sportabonnementen of kerstpakketten.

Voor aantal van deze onbelaste vergoedingen gelden specifieke vrijstellingen. Hiervoor is precies omschreven voor welke vergoedingen dit geldt. Dit worden de gerichte vrijstellingen genoemd. Enkele voorbeelden hiervan zijn:

  • Reiskostenvergoeding (€ 0,19 per kilometer)
  • Abonnementen openbaar vervoer
  • Verhuiskosten vanwege werk
  • Maaltijden vanwege overwerk

Een nieuwe gerichte vrijstelling vanaf 2020 is de vergoeding voor het opvragen van een Verklaring omtrent Gedrag.

Naast deze gerichte vrijstellingen is het mogelijk om overige kosten onbelast te vergoeden. Dit worden vergoedingen binnen de vrije ruimte genoemd. Deze vergoedingen kunnen onbelast verstrekt worden tot 1,2 % van de totale loonsom van een werkgever. Vanaf 2020 wordt dit tot aan een loonsom van € 400.000 verhoogd naar 1,7 %

Fiets van de zaak
Deze werd vorig jaar al aangekondigd, maar we noemen het graag nog een keer gezien onze inzet voor duurzaamheid.

Ondernemers en werknemers kunnen vanaf 2020 eenvoudiger een fiets, elektrische fiets of speed pedelec van de zaak gebruiken voor privédoeleinden. Er komt net als voor (het privégebruik van) auto’s van de zaak een forfaitaire bijtelling voor het privégebruik van de bedrijfsfiets. Dit betekent dat zij jaarlijks 7% van de waarde van de adviesprijs van de fiets bij hun inkomen moeten bijtellen. Een fiets van € 2.000 zou bij een inkomen van € 35.000 neerkomen op een extra belasting voor de werknemer van € 59 per jaar.

We hopen dat je met bovenstaande informatie uit de voeten kunt. Mocht je nog vragen hebben neem dan gerust contact met ons op via info@gabrielb.nl of 033-4556555.

2019-09-18T17:34:06+00:00 18 september 2019|
global $wp; $current_url = home_url(add_query_arg(array(),$wp->request));